Een aanstaande moeder hecht niet alleen waarde aan haar eigen gezondheid, maar ook aan die van haar ongeboren kind. Ze is zich bewust van het belang van regelmatige prenatale zorg, het aanpassen van haar levensstijl, het belang van gezonde voeding en het nemen van essentiële vitamines. Daarnaast heeft ze de mogelijkheid om haar baby te beschermen door middel van specifieke vaccinaties.
Van alle bijdragen aan de wereldgezondheid heeft vaccinatie één van de meest ingrijpende gevolgen gehad op de sterfte wereldwijd.1 Volgens de Hoge Gezondheidsraad is het vaccineren van zwangere vrouwen een steeds meer gebruikte strategie om de toekomstige mama, haar ongeboren kind en/of haar baby te beschermen tegen infectieziekten die met een vaccin kunnen voorkomen worden.2
Vaccins tegen tetanus, griep en kinkhoest worden aanbevolen tijdens de zwangerschap.2
De Hoge Gezondheidsraad stelt dat het COVID-19 vaccin met hoge prioriteit moet toegediend worden bij zwangere vrouwen, in elk stadium van de zwangerschap, met comorbiditeiten OF bij wie een hoog-risico zwangerschap wordt verwacht OF die nog niet geïnfecteerd/gevaccineerd zijn.3 Gezonde zwangere vrouwen zonder comorbiditeiten of een verwachte hoog-risico zwangerschap kunnen op individuele basis kiezen voor COVID-19-vaccinatie. De voordelen van vaccinatie voor zwangere vrouwen wegen ruimschoots op tegen eventuele risico’s, en de beslissing dient samen met een zorgverlener genomen te worden, rekening houdend met individuele risicofactoren en prioriteiten. 3
RSV-infecties zijn een belangrijke oorzaak van ziektelast bij jonge kinderen tijdens hun eerste levensjaren in België.4 De Hoge Gezondheidsraad sluit zich aan bij de aanbevelingen van andere expertengroepen en ondersteunt het gebruik van het maternale RSV-vaccin.4 Als alternatief is het ook mogelijk om na de geboorte een injectie met een monoklonaal antilichaam aan de baby toe te dienen ter bescherming tegen RSV.4 Het vaccin wordt aan zwangere vrouwen toegediend om hun baby's vanaf de geboorte tot 6 maanden te beschermen.
Andere vaccins kunnen gebruikt worden indien ze om persoonlijke of epidemiologische redenen als nuttig beschouwd worden.2
Zwangere vrouwen en jonge kinderen hebben een verhoogde gevoeligheid voor bepaalde infectieziekten en/of lopen een verhoogd risico op ernstige ziekten.1
Tijdens de eerste maanden van hun leven is het immuunsysteem van de baby nog niet volledig ontwikkeld. Daarom is een baby erg kwetsbaar voor infectieziekten.5
De antilichamen die de moeder overdraagt op de baby spelen een cruciale rol tijdens deze eerste levensmaanden.5
Geplande vaccinatie bij baby’s tegen veelvoorkomende infecties begint meestal enkele maanden tot meerdere jaren na de geboorte, waardoor er een kritieke periode van kwetsbaarheid is.6
Bij vaccinatie tijdens de zwangerschap worden antilichamen opgewekt bij de moeder. Deze kunnen via de placenta en borstvoeding doorgegeven worden aan de baby. Op deze manier kan de baby bij de geboorte beschermd zijn tegen bepaalde infectieziekten, totdat wordt begonnen met routinematige vaccinatie van het kind.6
Daarnaast zorgt vaccinatie van de moeder ook voor haar eigen bescherming. Ze loopt immers een verhoogd risico op verschillende infecties door de veranderingen die optreden tijdens de zwangerschap.6
De overgedragen antilichamen in de baby nemen af met de tijd, maar vele blijven circuleren tot de baby 6 maanden oud is.5,7
Zwangerschapsvaccins worden al sinds de jaren 1800 gebruikt om moeders en hun baby te beschermen tegen ziekte.7 Vaccins (niet-levende) toegediend tijdens de zwangerschap hebben een goed veiligheidsprofiel, en zwangere vrouwen zijn in staat om immunologische reacties op vaccinatie te genereren die vergelijkbaar zijn met die van gezonde niet-zwangere volwassenen.2,7
260008 – Januari 2026