Leveranciers Contact

Pedro Lichtinger, President Pfizer Europe, geeft zijn visie over de nodige politieke veranderingen om de farmaceutische innovatie in Europa te ondersteunen

Vertaling van het opiniestuk verschenen in de The Wall Street Journal Europe, amerikaanse editie, van 19 juni 2008.

Business Europe / Door Pedro Lichtinger

De weg naar het herstel

Regelmatig betreuren de Europese politiekers de afnemende competitiviteit van het continent in de biowetenschappen. Ze geven af op het verlies van goede jobs, de wetenschappelijke hersenemigratie, het tanende investeringsklimaat en de vlucht van veelbelovende medische technologieën naar de Verenigde Staten. Maar de Europese politiekers zijn even schuldig als ieder ander aan deze tendens.

De investeringspatronen spreken voor zich. Tot 1992 was Europa nummer één in de totale farmaceutische R&D-investeringen. Maar in het laatste decennium bleven de investeringen achter en stegen ze jaarlijks met 8% tegenover 11% in de Verenigde Staten. De gevolgen waren voorspelbaar: Europa verloor zijn innovatief voordeel.

Van 1998 tot 2002 werden er in Europa slechts 44 nieuwe geneesmiddelen gelanceerd, tegenover 85 in de Verenigde Staten. In de periode van 1993 tot 1997 werden er in Europa 81 nieuwe geneesmiddelen op de markt gebracht, tegenover 48 in de Verenigde Staten. En nu, met de agressieve Aziatische economieën zoals China, India of Zuid-Korea, zullen de Verenigde Staten niet meer Europa’s enige probleem zijn.

Vandaag kunnen wereldwijde bedrijven in biowetenschappen overal ter wereld aan spitsonderzoek doen. De beslissingen zijn gebaseerd op verschillende factoren, waaronder de marktvooruitzichten, het vermogen om topwetenschappers aan te trekken en een gunstig investeringsklimaat die noodzakelijk zijn voor het behoud van een goede gezondheidszorg. Wanneer de politiek een wig drijft tussen de gezondheidszorg en een succesvolle innovatie, verliest de maatschappij.

Op het scorebord van de wereldwijde competitiviteit scoort Europa slechts matig op het vlak van aantrekkelijkheid voor farmaceutische investeringen. De gevolgen van de verminderde innovatie zijn aanzienlijk voor de volksgezondheid, de tewerkstelling, de economie en de politieke stabiliteit. Ik denk dat de Europese regeringen tekort schieten tegenover een van de meest vitale groeisectoren van de 21e eeuw, namelijk de biowetenschappen en de farmaceutische industrie.

Het is echter niet te laat om de radicale vertraging van de Europese innovatie om te keren. Ondanks een ongunstig handelsklimaat zijn de farmabedrijven opvallend aanwezig gebleven in het basisonderzoek en de klinische ontwikkeling in Europa. Om ons engagement te verstevigen en uit te breiden hebben we echter het partnerschap nodig van de Europese beleidsmakers. Ziehier vier aanbevelingen om de innovatie aan te moedigen.

-- Ten eerste dienen de regeringen het gezondheidszorgbeleid te herzien, dat nu voornamelijk gefocust is op kostenbesparingen. Deze houding heeft een ingrijpende en negatieve langetermijnimpact op de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Ze beïnvloedt ook de gezondheid van de mensen door de artsen te beperken in hun vrijheid om de beste therapie voor te schrijven voor de individuele patiënt.

In het bijzonder dienen de beleidsmakers te denken aan de langetermijnimpact van de "referentieprijzen”, een politiek die de prijs van een gepatenteerde innovatie verlaagt tot deze van het goedkoopste generiek geneesmiddel in een therapeutisch gamma. De toepassing van referentieprijzen ondermijnt de octrooibescherming door nieuwe medicaties te laten concurreren met oudere medicaties die werkzaam zijn tegen dezelfde ziekten of symptomen, maar die anders werken. Dit kan niet alleen de patiënten belangrijke en mogelijke levensreddende behandelingsalternatieven ontzeggen, maar ook de innovatie ontmoedigen: een octrooi zonder economische waarde is zinloos.

-- Ten tweede wordt de regio gehinderd door bureaucratische vertragingen die verhinderen dat de geneesmiddelen snel de patiënten bereiken. Door de complexe prijs- en terugbetalingsprocedures die volgen op de goedkeuring van nieuwe geneesmiddelen in Europa, krijgen de patiënten slechts maanden of zelfs jaren na hun goedkeuring toegang tot deze nieuwe geneesmiddelen. In de Verenigde Staten kan een nieuw geneesmiddel onmiddellijk na zijn goedkeuring door de Food and Drug Administration gelanceerd worden.

Naast de lange wachttijden voor de patiënten knaagt de vertraging ook aan de duur van de octrooibescherming van de geneesmiddelen, waardoor er voor de bedrijven kostbare tijd verloren gaat om hun ontwikkelingskosten te recupereren. Dit tijdverlies vormt een enorme barrière voor de innovatie. De regeringen dienen hun bureaucratische procedures te beperken en de lokale beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen na hun goedkeuring te versnellen. De formele EU 180-dagen termijn voor de lokale prijs- en terugbetalingsbeslissingen moet verkort worden met een effectieve controle daarop.

-- Ten derde is een vlotte doorstroming van kwalitatieve gezondheidsinformatie voor de patiënten en hun families in Europa noodzakelijk. Een betere dialoog met de artsen, het opvolgen van hun leefstijl- en behandelingsadviezen, een vroegere diagnose en ziektepreventie zijn factoren die uiteindelijk leiden tot betere gezondheidsresultaten voor de patiënten en tot een vermindering van de uitgaven. Dit alles vermindert het aantal complicaties, hospitalisaties, heelkundige ingrepen en de noodzaak van een dure gezondheidszorg.

In de meeste EU-landen verbiedt de wetgeving echter rechtstreekse communicatie met de patiënten. We hebben het hier niet over rechtstreekse reclame aan de patiënt, maar eerder over de toegang van de patiënten tot kwalitatieve gezondheidsinformatie die relevant is voor de behandeling van hun aandoening of ziekte. Dit omvat meer bepaald informatie over het correct gebruik van de geneesmiddelen die wij, de geneesmiddelproducenten, hebben ontwikkeld.

Er bestaan andere informatiebronnen: deskundigen zoals artsen, apothekers en regeringen, en vaak minder “deskundige” bronnen zoals soms minder bekende wetsites die door iedereen zouden kunnen bezocht worden. Maar de industrie die in de loop van jarenlang onderzoek unieke inzichten heeft verworven in ziekten en hun behandelingen, mag niet met de patiënten communiceren. Om zoveel mogelijk voordeel te halen uit innovatieve geneesmiddelen, moet de Europese wetgeving de patiënten toelaten om deze kennis rechtstreeks aan de bron te raadplegen.

-- Ten vierde is er tegenwoordig een duidelijk gebrek aan vertrouwen tussen regeringen, wetgevers, de privésector, de professionele gezondheidszorgverstrekkers en bepaalde patiënten- en consumentengroepen. Dit is vooral jammer gezien de verouderende bevolking in de regio en de duidelijke noodzaak om betere manieren te vinden om de kosten van de gezondheidszorg te bedwingen.

We begrijpen dat de moderne farmaceutische technologieën niet alleen veilig en doeltreffend, maar ook kosteneffectief moeten zijn. We hebben nood aan vertrouwensrelaties tussen alle partijen die een rol spelen in de gezondheidszorg, indien we samen de enorme uitdaging willen aangaan die door Europa’s verouderende bevolking gesteld wordt aan de budgetten, de medische praktijkvoering en de constante innovatie. Het inslaan van verschillende richtingen en het voeren van een kortzichtige politiek zullen de innovatiecyclus tot staan brengen.

In haar Lissabon-agenda van 2002 stelde de Europese Unie ambitieuze doelstellingen voorop op het vlak van de R&D-investeringen. Twee derden van de fondsen moesten liefst afkomstig zijn van private bronnen. Daarvan neemt de farmaceutische sector een groot aandeel op zich. Meer dan twee derden van ’s werelds 20 grootste R&D-investeerders zijn farmabedrijven.

Het komende Franse presidentschap van de Europese Unie kan een belangrijke katalysator zijn voor vernieuwing in de biowetenschappen. De in te slagen weg is duidelijk: we hebben nood aan een adequate prijsvorming, een degelijke octrooibescherming, minder bureaucratische obstakels en een snellere toegang tot goedgekeurde geneesmiddelen en een kwalitatieve gezondheidsinformatie voor de patiënten. Op die manier kunnen de Europese biowetenschappen een sterke motor zijn van gezondheid, groei en vooruitgang, dankzij aantrekkelijke markten die de innovatie belonen.

Dhr. Pedro Lichtinger is president van Pfizer Europe.

Text SizeAAA