Suikerziekte of diabetes is een chronische aandoening waarbij het lichaam niet genoeg insuline aanmaakt of minder gevoelig wordt voor insuline. Hierdoor is er een te hoog suikergehalte in het bloed. Insuline is een hormoon dat door de alvleesklier wordt geproduceerd.
Insuline zorgt ervoor dat de glucose de cellen kan binnendringen. De cellen zetten deze glucose om in energie. Bij diabetespatiënten dringt de glucose de cellen niet binnen. Ze stapelt zich op in het bloed, zodat het lichaam een grote energiebron kwijtspeelt.
Suikerziekte komt frequent voor. Steeds meer mensen worden ermee geconfronteerd. Er zijn twee types:
- Type 1 of IDDM (insulinedependente diabetes mellitus) of juveniele diabetes, die 15 % van de diabetesgevallen vertegenwoordigt.
- Type 2 of NIDDM (niet-insulinedependente diabetes mellitus) of ouderdomsdiabetes, die 85 % van de gevallen omvat.
Type 1:
Het plots optreden, bij jongere patiënten zonder overgewicht, van de volgende symptomen:
- Steeds grotere eetlust maar toch gewichtsverlies
- Extreme dorst
- Vaak moeten plassen
- Vermoeidheid
- Naar aceton ruikende adem
- Verzwakte spieren
Type 2:
Dit type kent een sluipend begin en manifesteert zich bij personen ouder dan 40 jaar. Meestal wordt dit type met overgewicht geassocieerd. Type-2-diabetes wordt meestal toevallig ontdekt bij een routine bloedafname of via een urineonderzoek. Deze type-2-diabetespatiënten hebben meestal weinig symptomen. De volgende symptomen kunnen voorkomen:
- Vaak moeten plassen
- Vermoeidheid
- Verzwakte spieren
- Verminderde weerstand, waardoor frequente bacteriële of schimmelinfecties
Type 1:
Deze personen produceren geen of bijna geen insuline. Dit komt door een stoornis in de alvleesklier, waar de insuline producerende cellen worden vernietigd door een fout in het immuunsysteem (auto-immuunziekte) of door andere oorzaken, zoals infectieuze, chemische destructie.
Type 2:
Deze personen produceren wel insuline, maar ofwel te weinig ofwel is het lichaam minder gevoelig voor deze insuline. Hierdoor wordt de glucose onvoldoende door de cellen opgenomen. Dit is vaak het gevolg van overgewicht. Ook erfelijke factoren en een zittend leven dragen hiertoe bij.
Suikerziekte kan ernstige gevolgen hebben. Bij een langdurig verhoogd suikergehalte kan er schade ontstaan ter hoogte van de grote slagaders. Zo hebben mensen met suikerziekte meer kans op aderverkalking. Aderverkalking of atherosclerose kan leiden tot een verstopping van de slagaders ter hoogte van:


Suikerziekte kan ook schade berokkenen aan de kleine bloedvaten. Zo kunnen de volgende ziekten ontstaan:
- Oogziekten (diabetische retinopathie): ter hoogte van het netvlies kunnen zich nieuwe bloedvaatjes vormen. Deze bloedvaten zijn broos en kunnen gemakkelijk scheuren, met een bloeding tot gevolg. Daarnaast kunnen bestaande bloedvaten ter hoogte van het netvlies bloed en vocht lekken. Dit kan tot blindheid leiden.
- Nieraandoeningen (diabetische nefropathie): hierdoor kunnen de nieren de afvalstoffen in het lichaam niet meer filteren en zuiveren.
- Zenuwaandoeningen (diabetische neuropathie): met bv. gevoelsverlies in de voeten tot gevolg. Dit kan aanleiding geven tot ernstige wondinfecties.


Type 1:
Voeding
- Een aangepast suikervrij dieet met een afgemeten hoeveelheid calorieën
- Gespreide inname van trage suikers (koolhydraten). Door de spreiding van suikers over de hele dag, worden suikerpieken in het bloed vermeden. De spreiding moet altijd gebeuren in functie van de injecties met insuline.
- Een diabetespatiënt hanteert best vaste tijdstippen voor zijn/haar maaltijden en tussendoortjes. Ook hier geldt dat de eetmomenten in functie van de injecties moeten gebeuren.
Aangepaste beweging
- Voldoende lichaamsbeweging helpt het suikerniveau terug te dringen. Het vermindert ook de kans op hart- en vaatziekten.
- Stoppen met roken
Geneesmiddelen
- Levenslange therapie met insuline-injecties
Type 2:
Voeding
- Aangepast suikervrij dieet met een laag caloriegehalte: 80 % van de diabetici van het type 2 vertonen overgewicht.
- Drie maaltijden gespreid over de dag. Tussendoortjes kunnen nuttig zijn om het snoepen te vermijden.
- Vermageren: in veel gevallen is het voldoende dat de persoon in kwestie gewicht verliest om de suiker in het bloed naar een normaal peil terug te brengen.
Aangepaste fysieke inspanning
Stoppen met roken
Geneesmiddelen
- Behandeling met antidiabetica. Ze worden via de mond ingenomen. Soms is de toediening van insuline-injecties nodig.
- Bepaalde medicatie of insulinetherapie kan de suikerconcentratie in het bloed te fel verlagen. Men spreekt dan van een hypoglycemie of suikertekort. De volgende symptomen doen zich voor bij de patiënt :
- Duizeligheid
- Sufheid
- Zweten
- Honger
- Bewustzijnsverlies
- Indien de patiënt een hypoglycemie of suikertekort voelt aankomen, moet hij zo snel mogelijk suiker (10 tot 15 gram) opnemen. Hij kan druivensuiker (3 tot 5 tabletten) eten of suikerhoudende frisdranken ( ½ glas) drinken. Gebruik hiervoor wel geen ‘light’ producten, want deze bevatten geen suiker maar kunstsuiker. Daarna kan de patiënt een boterham of een stuk fruit eten.
- Patiënten met suikerziekte dienen regelmatig hun bloeddruk en cholesterolgehalte te laten controleren en dienen ze indien nodig te laten behandelen.
- Patiënten met suikerziekte nemen best cholesterolverlagende middelen (statines) en laaggedoseerde aspirine. Hierdoor wordt het gevaar op aderverkalking (atheromatose) verminderd.
- Suikerzieken laten hun ogen best 1x/jaar nakijken door de oogarts.
- Een jaarlijks urineonderzoek voor het opsporen van eiwit (microalbuminurie) is zinvol.
- Kijk regelmatig uw voeten na en controleer of er geen wondjes ter hoogte van de tenen ontstaan. Suikerzieken voelen namelijk minder pijn ter hoogte van de voeten door aantasting van de zenuwen. Podologen kijken de voeten bij suikerzieken extra goed na.
Personen die meer informatie willen over suikerziekte, kunnen terecht op het gratis nummer van de Diabetes Infolijn 0800 96 333.
Woordenlijst
Glucose: ons lichaam zet voedsel om in suiker, die glucose wordt genoemd en die een energiebron vormt voor een groot deel van de lichaamscellen.